Afscheiden


U vermoedde het al, maar het platteland is veranderd, verdwenen èn erg in trek tegelijk. Het is maar hoe je het bekijkt en wie je aan het woord laat. Eerst heb je het probleem om zeker te weten wat platteland is - waar het begint en waar het ophoudt. In Drenthe is dat aardig af te kaderen: waar hoge gebouwen, slordige industrieterreinen en bij dorpen de witte schimmelwijken in het zicht komen, is het gebeurd met het platteland.

Het platteland is open, groen, vaak nat en volgens de laatste inzichten moet het vooral 'sfeer' hebben. Bij een bespreking van een viertal lifestyle-bladen in het 'buitenleven-segment' in een reclamevakblad bleek, dat ze vooral de 'countrystyle' verkopen als 'sfeer ten plattelande'. Het buiten wonen moet leuk lijken, vooral voor inwijkelingen (mooi Vlaams-Drents voor 'import') zonder geldzorgen. De stedeling beschikt over het platteland als speeltuin om te genieten en om zijn idyllen in stand te houden. Tegelijkertijd kent hij de mores van het platteland niet. Zo blijven ook inwijkelingen nog lang als 'toerist' herkenbaar - al wonen ze zich hier al jaren gezellig te pletter. Je zegt hier iemand gewoon goeiendag of steekt de hand op, of je 'm nou kent of niet. Je respecteert andermans grond, ook als er geen bordje 'verboden toegang' staat. Vanouds kende men in streken, waar ooit gemeenschappelijke sociale systemen als boermarken bestonden, de grenzen van het eigen en van het openbaar bezit 'vanzelf'. Daar zit nu de klad in, zodat je overal de afscheiding ziet toenemen. Men gaat het privé-bezit duidelijk afscheiden van de openbare ruimte. Met name de veldkeien op grenspunten, als aanduiding van verschillend eigendom, worden als zodanig niet meer herkend. Vreemdelingen parkeren de auto bij iemand op het erf of in de voortuin, als hij maar tussen twee flinten inpast. Ze zien het verschil in eigendom niet. Dus komen er dikke stenen bij, zodat er een completer afgebakende scheiding ontstaat. In dorpen worden heggen vervangen door minder bewerkelijke afrasteringen. In nieuwbouwwijken timmert men zijn tuintje dicht met schuttingen. Dat is één somber voorbeeld van een verdwijnend platteland.

Gelukkig zie je ook dat oude vormen en aangename tradities hier en daar in ere gehouden worden. Er zijn ook nieuwkomers met smaak en gevoel voor de omgeving. Men plant weer heggen aan, net als eeuwen geleden. Je ziet meer beukenheggen dan de haogedoorns (meidoorn), die als oudste heggen gelden. Beiden zijn functioneel en vormen een aangename natuurlijke afscheiding, zeker voor vogels die een dichte heg zeer waarderen. De klassieke houten hekken, vooral bij voorname boerderijen en burgerbehuizingen, zijn er nog wel maar worden minder nieuw aangelegd. Dit soort erfafscheiding is nogal bewerkelijk, want vanouds zijn ze (horen ze) in de kleuren wit en groen geschilderd (te zijn). En dat vraagt ook weer onderhoud. In elk geval kun je soms best mooie erfafscheidingen zien; diverse typen naast elkaar aan de weg, die samen een aantrekkelijke geheel vormen.

U merkt dat het platteland zowel buitenaf, als in de dorpen herkenbaar kan zijn. Het is niet alleen het uiterlijk en de 'sfeer', het is ook de manier van doen. Al was het maar 'moi' zeggen, onze algemene groet bij binnenkomst, toevallige ontmoeting en afscheid. Moi.

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 30 januari 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.