Bosjes

Vorige week, bij helder vriezend weer zomaar ineens: een prachtig mooi bosje, helemaal compleet en netjes afgewerkt. Allemaal kale bomen en struiken, maar toch een perfecte eenheid - een prachtig mooi bosje. Aan de randen schuin aflopend, middenin de hoogste bomen. Wat dichter begroeid aan de rand, iets opener middenin. Zo zonder blad geeft een losstaand bosje zich helemaal bloot aan de toeschouwer, de hele structuur ligt op een presenteerblaadje. Een bosje zonder geheimen. Een zich slordig verplaatsende vogel flappert er wat ongemanierd uit weg. Hij houdt niet van aandacht of heeft honger en vliegt daarom verder de polder in. 't Is een kraai, die zich even uit de groepsorde heeft losgemaakt. Nu valt hij op. Vanavond is hij weer een onder duizenden. Daarna keert de rust weer en prijkt een gewoon bosje trots alleen, in het open laagland van Drenthe.

Het is vreemd gesteld met de bosjes, want iedereen kent het begrip -zonder te kunnen zeggen hoe groot een bosje precies moet wezen. Wat is het verschil tussen een bosje en een klein bos? Hoeveel bomen of struiken 'maken' een bosje? Moet je tussen de stammen door kunnen kijken en de achterkant kunnen zien, of moeten bosjes dicht en ondoordringbaar zijn? Heel veel mensen duiken af en toe in, of achter een bosje. We grossieren in humor, waarbij 'ze' de bosjes ingaan en er weer uitkomen, gevolgd door de clou van de grap. Zo bekeken horen bosjes tot Nerlands cultuurgoed.

Qua natuur zijn bosjes interessante percelen struikgewas en/of geboomte. Voor bepaalde planten en dieren kunnen ze een specifiek toevluchtsoord zijn. Nachtegalen zijn typische bosjesvogels, 't liefst in een iets vochtig bosje met brandnetels. Bij bosjes kan heel wat gebeuren: ze worden opgeruimd en het land wordt in gebruik genomen, het bosje wordt verwaarloosd en volgegooid met rommel, f het bosje wordt gekoesterd. Leuke bosjes verleiden natuurknutselaars tot extra mooimakerij: ze poten er nog wat bijzondere plantensoorten bij. Bosjes kunnen zmaar ontstaan, maar vaker zijn het restanten van grotere boscomplexen. Dat is gebeurd met oude boerbossen bij wat dorpen. In Drenthe heeft een eigenaardige aanplant plaatsgevonden in beekdalen. Waar de beek gekanaliseerd werd vanwege vroegere landbouwbelangen, zijn de afgesneden bochten ingeplant met bosjes. Nu sieren ze het landschap, zoals bij het Amerdiep en Deurzerdiep. De Hunze heeft ook leuke bosjes aan zijn boorden.

Vooral oudere, wat grotere bosjes dragen een naam. Naar een eigenaar (Bakkersbosje), naar het ontstaan (Gemeentebosje, vanwege een vroegere aanplantsubsidie) of naar 't karakter (Heuveltjesbos). Jonge bosjes zijn naamloos, tot ze een aanduiding krijgen uit de praktijk. Vaak naar het gebruik zoals: Speelbosje en Huttenbos. Of uit de oorlog: Benzinebosje bij Peest, vanwege de brandstofopslag van het Duitse vliegveld en Verzetsbosje (met monument) bij Zeyerveen. Maar - namen verschillen. In Den Haag hebben ze de 'Bosjes van Poot', waaruit nog de angst spreekt voor de koddebeier Poot, in dienst van de Groothertogin van Saksen-Weimar (eerste helft 19de eeuw). In het oosten en noorden ligt het eenvoudiger: de meeste bosjes met een naam heten vanouds Kraaienbosje. Ook al zit er maar n kraai in een prachtig mooi bosje, bij helder vriezend weer.

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 23 januari 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.