Drents hoogtepunt

't Is zover, het hoogste punt van Drenthe is beklommen en bekroond. Zwaar vrachttransport bracht materiaal naar boven voor een vers bezoekerscentrum op ca. 40m boven NAP, Drente's hoogste punt. Het provinciaal hoogtepunt is de VAM-berg, voorheen een slordige verzameling afval en onverteerbaar vuilnis. Niettemin gaat het uitkijkpunt annex informatiecentrum 'de Blinkert' heten. Ik kende dat toponiem eigenlijk alleen van zandvlakten en duintoppen. Maar vooruit, tijden veranderen en de appreciatie van hoge uitsteeksels ook. Wat men zo'n dertig jaar geleden lelijk en horizonvervuiling vond, vindt nu genade in de ogen van bewonderaars van lijnen, dan wel 'accenten' in het landschap. Als het opvalt is het goed, zeggen sommige architecten en opdrachtgevers met aandrang tot onsterfelijke scheppingen. Ik hoor begin jaren zestig Jaap van Dijk (voor Natuurmonumenten actief in 'de Wieden') nog de nieuwe Meppeler havensilo's verketteren. Boven de natuur in de Kop van Overijssel doken ineens vierkante uitsteeksels op. De geschiedenis herhaalt zich, want de VAM-ovens bij Wijster verstoren de oostelijke horizon van de Dwingelose & Kralose heide. Een gave horizon van een natuurterrein of cultuurlandschap wordt zeldzaam in Nederland. De hoge punten die 'erbij horen', zijn toegestaan in de beleving. Want wat 'willen' we hier in Drenthe als karakteristiek dorpssilhouet? Hoge bomen, windmolen, pijp van de melkfabriek en kerktoren, als het een dingspildorp betreft. De schoorsteen, ja de hele melkfabriek, is al gesloopt. Een enkele fabriekspijp mag blijven staan (Oranje, Almelo). Opmerkelijk is dat karakteristieke (maar gesloopte) hoge schoorstenen, als de 'Lange Jan' te Heerlen en de EGD-pijpen te Groningen gewaardeerd werden als 'eigen' aanblik. Hetzelfde geldt voor de kerktorens, van 'de Siepel' te Dwingelo tot de 'Olle Grieze' vanaf Noord-Drenthe. Hoogspanningsmasten en -lijnen, ooit lelijk gevonden, leveren thans weinig weerstand op (behalve bij vogels, die zich er op kapot kunnen vliegen). Enkele provinciesteden proberen met hoge gebouwen van ver indruk te maken. Sneu, want het zal nooit -bijvoorbeeld- Rotterdam kunnen evenaren, die een skyline als handelsmerk koestert.

Hoge uitsteeksels verrijzen als ze nuttig en nodig worden gevonden: voorraadsilo's, torens met luidklokken, zendmasten, TV-masten, vuurtorens, windmolens, bakens. Vanuit zee zijn hoge punten de 'landmerken', voor positiebepaling of koers. Hetzelfde nut geldt vuurtorens en kustbakens; daar hoor je ook niemand over. Soms wordt een hoog punt gevrijwaard van aantastingen. Laatst nog door het plaatsen van GSM-antennes op kerktorens. In Brabant had één kerktoren er vijf antennes op staan, waartegen Monumentenzorg furieus in het geweer kwam. De algemene groei aan antennepalen werd een wildgroei (maar: je kon ter plekke mobiel je beklag doen…).

Je ziet gebeuren, dat er een gewenning optreedt aan hoge punten, aan de uitsteeksels die op een logische manier in het beeld passen. Worden die bedorven of gesloopt, dan wekt het reactie op. Iets eigens verdwijnt. Bij hoge objecten die om statusreden worden neergezet, is de opinie in wezen anders. Is (wordt) het mooi, worden het beeld en de beleving 'rijker', dat gaat men overstag. Zoals bij het Gasuniegebouw te Groningen. Er komen vanzelf bijnamen om het helemaal 'eigen' te maken. Het nieuwe hoog(s)tepunt van Drenthe moet zich nog bewijzen. Als 'de Blinkert' daar maar geen 'Stinkerd' wordt…

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 06 maart 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.