Kerstmarkten

We zitten in de weken dat 'het kerstgebeuren' (een term van een middenstander) naar zijn hoogtepunt gaat. Beide stromingen, de religieuze zijde en de commerciële kant, werken op volle kracht om op tijd klaar te zijn. De een voor de viering van Kerstmis, de ander om zijn kersthandel te slijten. Je zou het de 'kerstsport' kunnen noemen: een ongelijke wedstrijd met hetzelfde eindsignaal.  Het blijft boeiend om te zien welke invloeden werkzaam zijn, vooral de  Amerikaans-Engelse krachten en de Midden-Europese werking. Uit het westen komen vooral commerciële impulsen waarvan Santa Claus, de onechte kloon van de kerstman én sinterklaas het boegbeeld is. Ook het engeltje bovenin de kerstboom komt uit die hoek aanwaaien- als concurrent van onze Nederlandse kerstboomtopper, de piek. Hoewel ook commercieel ingesteld, zijn de kerstmarkten van Midden-Europese oorsprong. Het betreft dan de klassieke kerstmarkten, met kraampjes in straten en pleinen in de steden. Niet de kerstshows bij tuin- en meubelcentra en grootwinkelbedrijven binnenshuis. Dat is van jongere datum en van een ander kaliber. Anders - niet slechter, want het minder-nooddruftig deel van de bevolking waagt graag een overtochtje naar Londen om te 'shoppen' bij Harrods, Selfridges en dezulken.

Bekende kerstmarkten in Duitse steden zijn in deze tijd toppers bij het Nederlands toerisme. Bussen en colonnes auto's vol dagjesmensen trekken de grens over naar Leer, Oldenburg, Bremen, Münster, Düsseldorf, Keulen en verder weg. Deze kerstmarkten hebben een speciale sfeer, die mensen aanspreekt. Al honderden jaren lang, want de 'Weihnachts- of Christkindl-märkte' kennen een lange traditie. Eigenlijk zijn ze voorloper van alle hedendaagse kerstmarkten en kerstshows.  In de 14de eeuw is al sprake van kooplieden die kraampjes met waren opstellen. Toen kreeg men een langere kerstperiode vrij, mits men ter kerke ging. Bij de kraampjes kon je meteen wat spullen inslaan. Later kwamen daar speelgoed, galanterieën en opsmuk bij. In streken waar vanouds -als thuiswerk -speelgoed gemaakt werd ( Thüringen, Ertsgebergte, Berchtesgaden), werden de producten vooral afgezet op de grote kerstmarkten van Neurenberg, Dresden en Leipzig. Kleine kinderen geloofden in 1697 heilig dat het Kindeke Jezus op de Neurenburger kerstmarkt alle spulletjes voor de kerstviering inkocht. München en Neurenberg gelden als de oudste kerstmarkten. In de 17de eeuw werden ook die van Berlijn, Hamburg, Dresden, Ulm en Augsburg beroemd. In veel steden begon de markt toen ook al op Nicolaustag (6 december). Meestal was de Weihnachtsmarkt naast de kerk; de gelovigen kònden er niet omheen. In Hamburg liep de kramenmarkt door tot in de Domkerk. In 1804 kwam daar een eind aan. Alle kraampjes moesten naar de Ganzenmarkt, maar de markt bleef de 'Dom' heten. Die 'Gänsermarktdom' groeide uit tot jaarmarkt, met kermis en alles, en verschoof naar 't voor- en najaar. Hij heet nog steeds naar zijn oorsprong de 'Hamburger Dom'. Enkele kerstmarkten hebben speciale waren. Te Dresden kent men de 'Striezelmarkt', naar de Striezeln, een speciaal baksel. Ruim twintig jaar geleden kwamen er kerstmarkten in Drenthe. Ik meen dat Vledder de eerste was. Het blijft een weergevoelige onderneming, want ooit ging een kerstmarkt in Paterswolde ten onder in hevig noodweer. Dan helpt Glühwein ook niet meer.


Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 18 december 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.