Marktwaarde


Het is de tijd van jaarmarkten, waarbij veel vee en volk op de been zijn.  Vrijwel alle grote markten hebben een traditioneel karakter en de nieuwkomers proberen dat zo gauw mogelijk te verwerven. Een jaarmarkt is pas geslaagd als hij 'tussen de oren zit'. Na afloop zit de drab en drek van de veemarkt vanzelf onder de poten. Je gaat helemaal op in een echte jaarmarkt. Je verliest je in de massa en tÚch komen alle bekenden je tegen, want een jaarmarkt trekt volk uit de wijde omtrek. Oud-inboorlingen komen terug naar hun eigen thuismarkt om oude kennissen te treffen en voor het nostalgische 'warme badje'. Het is een algemeen fenomeen bij zo'n vredelievend oploopje van tienduizenden mensen. Of dat nu de zevenjaarlijkse Sint Servaas-Heiligdomsvaart  te Maastricht, de driejaarlijkse Fiertel te Ronse (Vlaanderen) of de jaarmarkten van Roden en Zuidlaren zijn. Veranderingen in vorm en structuur komen dan ook hard aan, want het knaagt aan iets vertrouwds, aan iets eigens. Geleidelijke veranderingen laten de stemming meeveranderen. Je hoorde dat aan de geluiden rond de Roldermarkt. De Rodermarkt en de Zuidlaardermarkt krijgen nog een tik vanwege de nasleep van de mond- en klauwzeercrisis. Runderen en schapen mogen niet naar de markt. Het wordt een onderonsje van anderhalve man en een paardenkop, keer zoveel duizend dan. De warenmarkt en de kermis zijn bij veel jaarmarkten de grote publiekstrekkers geworden. In feite verandert de 'marktwaarde' daarmee van veemarkt naar publiekstrekker, naar volksevenement.

Oorspronkelijk komen de markten voort uit de handelsbehoefte, bij gebrek aan vaste plek om goederen te verhandelen. In West-Europa gebeurde dat duizend jaar geleden..In het Verre Oosten en in 't Midden-Oosten bestonden markten veel eerder. De Bijbel verhaalt al over hoe Jezus de kooplieden uit de tempel knikkerde, waar ze een veemarkt op de voorhof hielden. In Nederland wordt Zwolle genoemd als de eerste plaats met een officiele markt. Tegenwoordig telt Nederland ca. 900 warenmarkten. Je kreeg ook speciale markten, waaraan straat- en pleinnamen herinneren: Turfmarkt, Botermarkt, Kalvermarkt. Bij de stedelijke markten zie je het nu weer: Bloemenmarkt, Lapjesmarkt, Boerenmarkt (deze zelfs midden in Los Angelos gezien, op een 'plaza' temidden van wolkenkrabbers) en Vlooienmarkt.

De jaarmarkten hebben vanouds van doen met feestelijke RK-heiligendagen. Er zat een kermis aan vast en het was naast handels- en veemarkt een compleet volksfeest. De markten pasten in het landbouwsysteem. Ze werden in de kalme periode gehouden (voorjaars- en najaarsmarkten). Sommige markten maakten naam omdat je er leuke ontmoetingen had. Later organiseerde men zelfs Koppelmarkten of een Jennechiesmarkt. Eer er scharrelvee bestond, had je al scharrelvolk. De klassieke jaarmarkten zijn nooit op zondag of zaterdag. Na de reformatie werden de feestelijke markten op zondag verboden. De joodse veekooplieden hielden aan hun Sabbath vast, zodat ook de zaterdag uitviel. Nu wordt het weer anders. Veterinaire maatregelen en internet zorgen voor veehandel op andere plaatsen. De jaarmarkten ontlenen hun marktwaarde aan de mate van hun 'event', aan het 'entertainment'.. En aan de oude traditie,. want al verrek je van de kou - pas na de Zuidlaardermarkt 'mag de kachel worden gezet'..

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 18 september 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.