Overseinen


Het begon met een bericht dat president Bush extra geld beschikbaar had gesteld voor de nieuwste generatie weersatellieten, NPOESS. Eigenlijk satellieten die veel breder actief zijn dan alleen weerbeelden overseinen.
De mededeling kwam per e-mail direct van het 'Witte Huis' en was gericht aan 'meteorologistst and weatherforecasters'. Dat betekende drie dingen: de Amerikanen houden een e-mailbestand bij van 'meteocontacten', e-mail is het normale berichtenmedium geworden voor snelle boodschappen en tot slot, in 40 jaar tijd is de hele telecommunicatie op de kop gezet. 

De opgewekte weerboodschap uit Washington leidde tot een terugblik naar 'Meteo Eelde', voluit: Luchtvaartmeteorologische Dienst v/h KNMI op de Luchthaven Eelde. De dienstdoende meteoman of -vrouw wordt thans omringd door ongeveer 20 beeldschermen, waarop allerlei weerexcercities zijn uit te voeren. Je roept maar op wat je wilt zien. 

De plottafels, waarop met de hand weerkaarten werden geplot en de lichtbakken waarop de meteoroloog weerkaarten analyseerde, zijn weg. Computerbewerkingen van de gegevens leiden nu tot de weerkaarten op het scherm. De weerrapporten kwamen tot twintig jaar terug per telex binnen via een slim omloopsysteem, dat in principe wereldwijd was. Berichten versturen ging per ponsband. In de jaren zestig kwamen daar facsimile's bij, die complete weerplaatjes konden overseinen via inbranden op speciaal geprepareerd papier. 
Zo kon je in Eelde -na enige tijd- bekijken, wat Schiphol op zijn buienradar had. Er zat nog een plotter tussen die het radarbeeld op kaart overtekende, die vervolgens verstuurd werd. Nu schakelt elk meetapparaat zijn eigen gegevens door naar elke ontvanger, die in het netwerk zit. 

De weersatellieten, begonnen in de jaren zestig, zijn ontwikkeld tot geweldige 'metertjes & kijkertjes' in de ruimte. Ze communiceren met de aarde via computers. De gegevens zijn gewoon gebruikslaar af te tappen, want sinds de Koude Oorlog voorbij is, zijn de militaire geheimen er af. 
Het GPS-satellietsysteem kan je tot op enkele meters nauwkeurig vertellen wr je op aarde staat - maar ook mijnenvelden, overstromingsgebieden, archeologische vondsten in de woestijn of olievlekken op zee precies aangeven. Communicatiesatellieten seinen moeiteloos alles over.

Aan het aardoppervlak vervangen glasvezelkabels oude verbindingen. De ondergrondse kabels vervingen de telegraaflijnen bovengronds op palen. De Rijkstelegraaf begon anderhalve eeuw geleden, de telefoon kwam een kwarteeuw later. Telegraaf en Telefoon (de T en T die met de P van Post samen gingen) ondersteunden elkaar, zodat menig dorpspostkantoortje als 'Hulp Post-, Telegraaf- en Telefoonkantoor' dienst deed. Men nam telegrammen op, die 'besteld' werden bij de geadresseerde. Tegenwoordig belt men de inhoud eerst door, waarna het schriftelijke bewijs later per koerier volgt.

Iedereen heeft telefoon(s). Tweederde van de Nederlanders beschikt over een internetaansluiting. Je kunt zelf de gegevens van de weersatelliet of beelden van het weer op je skihelling of van de weerradar van Honolulu thuishalen. E-mail heeft de fax grotendeels vervangen als gewone boodschappenlijn. Het woord 'overseinen' verdwijnt. Oude telefoons liggen op rommelmarkten, telexen zijn schaars geworden. De telegraafdienst is vrijwel opgedoekt, maar telegraafpalen zijn een bezienswaardigheid geworden. Onder meer bij de Museumbuurtspoorweg Twente, waar ze langs het traject Boekelo-Zoutindustrie Hengelo staan. In Drenthe blijven isolatiepotjes van telegraafpalen gewoon in gebruik, bijvoorbeeld bij het schrikdraad van een afrastering bij Diever.

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 03 april 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.