Vleren

Vleren zijn vleermuizen, maar 'vleren' heet ook een avondje vleermuizenonderzoek door een groepje enthousiastelingen. Ze zijn uitgerust met elektronisch gerei, dat de navigatieapparatuur van de vliegende zoogdiertjes kan afluisteren. Elke soort zendt uit op zijn eigen frequentie, zodat je kunt nagaan welk 'type' vleermuis actief is. Op internet worden veel vleermuizensites gerund door technici met fraaie eigenbouwapparatuur. De andere groep bestaat uit biologisch bevlogen lieden met verstand van vleermuizen. De derde groep ontbreekt. Dat zijn de gewone bangeriken en mensen die een hekel hebben aan deze beestjes. Deze groep houdt zich koest, tt ze vleermuizen in hun omgeving hebben. Dan is Leiden in last en dan wordt er hulp ingeroepen van iedereen die maar luisteren wil. Vleermuizen zijn echter beschermde dieren, die je niet ongestraft mag dwarszitten, wegjagen of doden.

Vorige week kwam dat in het nieuws, omdat sommige mensen toch van die gasten af willen. Jaarlijks bellen ruim 6000 mensen naar hun gemeente om te klagen over vleermuizen. Bij geen hulp verzinnen ze zelf illegale maatregelen. Ze metselen uitvliegopeningen dicht of laten de diertjes vergassen door een klusjesman. Er is veel onkunde en onwetendheid, zodat het ministerie van LNV twee jaar geleden al cursussen voor gemeentemensen beloofde over de goede aanpak van mogelijke overlast. Dat moet allemaal nog gebeuren. Dit stukje is een aanmoediging, want hier spreekt de trotse pleegvader van minstens 55 jonge vleermuisjes 'uit eigen huis'. In de noordgevel van ons huis zit geregeld een kraamkolonie vleermuizen, die nu in juni uitvlogen. Medio mei komen ze in de spouw, via een spleetje van amper een centimeter breed. Dat is ook hun uitvliegopening. Ze schuiven stuk voor stuk naar de kier, laten zich vallen en vliegen meteen. Ze gaan op insectenjacht. Het is de 'gewone dwergvleermuis' die het vaakst in huizen zit. Ze zijn echt klein, wat blijkt uit de minikorreltjes beneden, nog kleiner dan gewone muizenpoepjes. Soms kukelt een jonkie omlaag. Zo'n minivleertje, zo groot als een duimnagel, strompelt dan op z'n vleugelhaakjes weg en verstopt zich achter de regenpijp. Maar dan? Bellen met officials voor beschermde dieren. Dat werd een doorverwijsrondje, want praktische, toepasbare kennis bleek schaars. Terugbrengen in de kraamkamer werd als beste oplossing aanbevolen. 'Moe Vleer' zou haar jong weer aannemen. Dus vier, vijf meter op de ladder omhoog, met zo'n minibeestje tussen je gehandschoende vingers, zonder hem halverwege te verliezen of plat te knijpen. Het naar binnen frommelen, ook zonder te pletten, hoefde niet eens. Er kwam een druk ratelend gepiep vanuit de spouw, net als bij de vroegere snelle telexen en 't kleine ding ging ineens zelf naar binnen, f werd naar binnen getrokken. Kom daar maar eens achter. Misschien werd dat kwajongvleertje de huid volgescholden en tegelijk liefdevol ingehaald?

Het zijn interessante beesten: 'hightech' vanwege hun echolocatie en tegelijkertijd 'gewoon' vliegend zoogdier, dat jonkies borstvoeding geeft. Overlast of ongemak hebben we de afgelopen jaren niet ervaren. Het gevaar van hondsdolheid is minimaal gebleken; de poep stelt niets voor. Eigenlijk beleef je plezier aan die vleren onderdak. Gratis insectenvangers, vliegacrobaten in je buurt en de spanning van de geboorten in je kraamkamer. Hoeveel dozijn jonkies krijg je?

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 11 juli 2000

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.