Zeevissen


Je kunt je Drenthe niet voorstellen zonder de zee. Dat wil zeggen: als in je bodem van de provincie duikt. Zeeafzettingen uit diverse geologische perioden zorgen voor zoutkoepels en andere soorten ondergrond. De Kop van Drenthe kent nog een stukje zeeklei, al ligt er meer keileem en potklei. De keileem is de transportverpakking geweest van de hunebedflinten, die we tijdens een IJstijd uit Scandinavië thuisbezorgd kregen. De stijve potklei gebruikten de middeleeuwse Aduarder monniken al om stenen van te bakken. De oudere sporen van zee-afzettingen liggen dieper, bijvoorbeeld onderin het Hunzedal.

Drenthe heeft meer met de zee van doen. Al onze loopjes, diepjes, Aa's en andere stroompjes brengen hun water naar zee. In drie stroomgebieden watert de provincie af naar het noorden, zuidoosten en zuidwesten. De laatste twee systemen stromen wel richting de voormalige Zuiderzee. De noordwaarts stromende beken kunnen vanuit Groningen alleen uitwateren, als de zee laag genoeg staat. Bij hoge vloed en storm op de kust, raak je geen afstromend water kwijt. Hoe nauw dat steekt weten we sinds de overstromingen van de laatste jaren. Hoe dichtbij díe zee eigenlijk is, weten we sinds een kapotte sluisdeur, een 'ebdeur' bij Delfzijl, niet meer dicht wilde. Half Groningen liep leeg, de woonboten hingen schuin in de touwen en het peil van het Zuidlaardermeer zakte zienderogen met centimeters tegelijk. Drenthe is met de zee verbonden, maar je merkt het pas als het met de afwatering mis gaat..

Of, je doet wat menig Drenthe sportvisclub doet. De eigen stek even in de steek laten en een dagje gaan zeevissen. Op een vissersschuit vanuit Delfzijl, Lauwersoog, Harlingen, Den Oever of verder weg, vanuit Zeeland of Ierland. Dan kan verschil maken in wat je vangt. Ik kwam daar achter door met rode oortjes in een nieuw boek te bladeren 'Veldgids Zeevissen' (van Han Nijssen, ISBN 90 5011 139 4), dat ik onlangs in handen kreeg. Het leverde weer dezelfde ervaring op: Drenthe heeft wat met de zee. Ook met zeevissen. Velen gingen al een dagje uit met de schuit, maar in de zeevissengids vind je het verschil in wat er zwemt op de noordelijke kust en wat er bij Zeeland rondschuift. Voor de gemiddelde TV-kijker is erin te vinden hoe vaak of hoe zeldzaam diverse haaiensoorten voorkomen. Seizoenen doen er ook toe, qua watertemperatuur. Bij een rondvraag naar ervaringen van Drentse zeevissers, bleek dat men blind vertrouwt op wat de schipper vertelt. Bij het 'wrakvissen' gaat het om kabeljauw en makreel. Bij het zeevissen vanuit Ierland pakt men leng, lipvis en blauwe haai ook mee. Een sportvisser aan zeehavens vertelde dat de harder met een hengel vrijwel niet te vangen is. Elk verhaal 'check' ik - als leek- in mijn veldgids (gelukkig vol illustraties).

En dan valt ineens alles op zijn plaats. Dat zeevissenboek komt IN Drenthe van pas.Vorige week hoorde ik dat in de Drentse Aa rivierprikken zijn gesignaleerd, een zeldzame zeevis die optrekt naar zoet water om te paaien. Ziet u iemand in het water van de Drentse Aa turen met een Veldgids Zeevissen, dan weet u dat pagina 27 opengeslagen ligt.

Jan Tuttel

eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 23 oktober 2001

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.