Gevaar van vogelbotsingen met vliegtuigen blijft groot

 

Op de startbaan van 'Eelde Airport Groningen' rijdt een geel busje van de Haveninspectie. Ineens harde knallen en rookpluimen en verschrikt vliegt een zwerm vogels op.
Dat is ook de bedoeling. Men werkt aan het vogelvrij maken van de start- en landingsbaan met omgeving, omdat er zo een vakantiecharter binnenkomt of vertrekt. Vogels en vliegtuigen gebruiken samen het luchtruim, maar beiden tegelijkertijd op dezelfde plek betekent een flink ongelukkenrisico. Vliegvelden zijn verplicht de gevaren van een 'vogelaanvaring' op hun landingsterrein tegen te gaan. Op de luchthaven Eelde is een heel team in de weer om met alle mogelijke middelen vogelbotsingen te voorkomen.

Schadelijke botsingen

Vliegtuigen na de start, in de klim zijn nog niet van de risico's af. Eind augustus verloor een KLM Boeing-747 op weg naar Schiphol, boven het strand bij Los Angelos delen van een straalmotor. Men vermoedde door een vogelaanvaring, maar Amerikaanse onderzoekers spraken dat twee dagen later tegen.
Zoiets gebeurt wel. Een B-727 raakte op 9 januari 1998, na de start van Houston Intercontinental, op 6000 ft in een groep vogels. Drie tot vijf vogels, vermoedelijk ganzen, kwamen in een motor, die van binnen verwoest werd. De neus van het toestel raakte los en brak af, de voorkant van beide vleugels werd beschadigd en de pitotbuis (een meetinstrument) werd er af gescheurd.
Het vliegtuig begon zo hevig te schudden en lawaaien, dat men elkaar in de cockpit niet meer kon verstaan. De B-727 keerde terug en kon veilig landen. De schade bleek later $468.000 te zijn. 
In juni 1998 verloor elders een B-747 een onderdeel van motor nummer drie, dat meteen een stuk van de vleugel vernielde. Hier was een onbekende vogelsoort schuld, die geraakt werd op 11.000 ft tijdens het klimmen.

Begin juni 2000 kwamen drie ganzen in botsing met een startende B-747 op JFK-Airport te New York. Een gans kwam in motor nr. 2 terecht, die onmiddellijk buiten bedrijf kwam. De Jumbo keerde terug voor een noodlanding, waarvoor de hele brandweer- en reddingskaravaan naar de baan kwam. Zonder verdere problemen taxiede het toestel onder begeleiding terug naar het platform. De geschatte schade bedraagt anderhalf miljoen dollar. 
Er zijn schadegevallen door vogelaanvaringen bekend, die tot 4 ŕ 5 miljoen dollar opliepen. Eén grote vogel kan de doodklap uitdelen. Een 'British Airways' jet met 341 passagiers aan boord kreeg een reiger in de motor, pal na de start van Heathrow Airport. Het toestel -met bestemming New York- keerde veilig terug, maar het 25-jaar oude toestel kon daarna meteen worden afgeschreven.

Persoonlijke ongelukken

Vogelbotsingen bij vliegtuigen kunnen meer effecten hebben. 
Bij militaire straaljagers zijn gevallen bekend, dat een forse vogel als een projectiel door de voorruit naar binnen knalt. Een militaire piloot zonder helm en vizier op, overleeft die aanslag niet. Bij het Amerikaanse Marine Corps raakte een vlieginstructeur buiten westen door een vogel in zijn gezicht. De leerling, die nog nooit solo gevlogen had, moest het toestel aan de grond zetten. Bij Kansas City werd de piloot van een medische hulphelikopter gewond bij een botsing met twee eenden.

Beroemde personen die veel vliegen, hebben het risico al leren kennen. Rod Stewart, Madeleine Albright, Newt Gingrich (Speaker van het Huis van Afgevaardigden) en Al Gore hebben allen in de afgelopen twee jaren vertraging of noodlandingen meegemaakt vanwege vogelaanvaringen. Het komt zelden voor dat een vliegtuig zo getroffen wordt, dat er onmiddelijk een crash volgt. De Hercules C-130, die in 1996 op de vliegbasis Eindhoven na een mislukte landing in brand vloog, was eerst in een troep vogels terecht gekomen.

Een zwaar ongeluk gebeurde in september 1995. Een AWACS-radarvliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht (ter waarde van $190 miljoen) stortte neer na een botsing met Canadaganzen. Het ongeluk kostte het leven aan 24 bemanningsleden. Na het ongeluk in Centraal Afrika op 21 april jongstleden, is het aantal omgekomen mensen bij vliegongelukken door botsingen met wild gedierte tot boven de honderd gestegen (sinds 1995).

Zware vogels en zwermen vogels riskant

Grote vogels richten de zwaarste schade aan. De 'gevederde projectielen' maken gaten in de romp of de vleugel en ruineren de straalturbines. 
Zwermen vogels zijn gevaarlijk, omdat het altijd raak is. De NLM F-27 Friendship kwam bij de avondlanding op 19 juli 1977 op Vliegveld Eelde in een wolk meeuwen terecht. Op de baan lagen daarna tientallen halfkapotte en dode vogels. Het toestel bleek veel veren en bloed, maar geen deuken te hebben opgelopen. 

De meeste vogelaanvaringen leveren geen schade op. Botsingen op grote hoogte zijn zeldzaam. Het betreft altijd een eenzame arend of gier. De recordhoogte staat op 37.000 ft.
De meeste vogelbotsingen in Nederland (98%) gebeuren beneden de 3000 ft, 90% gebeurt onder de 600ft. De meestgetroffen vogelsoorten (in Amerika 77% van alle gevallen) zijn meeuwen, watervogels als eenden en ganzen, gevolgd door roofvogels. 

In april 1988 kwam een Cessna Citation-jet van de (toen) Rijksluchtvaartschool in een groep vogels terecht. De leerling-vlieger meende ook een vis voorbij te zien komen en vreesde 'visioenen'. 
Bij inspectie op de baan bleek er een visarend dodelijk getroffen te zijn - met een brasem in zijn klauwen geklemd! 

Straalmotoren zijn erg kwetsbaar. Alles wat in de turbine komt veroorzaakt een ravage. De laatste generatie straalmotoren moet echter bestand zijn tegen een 'vogelinslag' van 4 Amerikaanse ponden (ca.1,6 kg) bij een bepaalde snelheid. Een middelgrote meeuw mag geen fatale schade meer aanrichten. 
Ontmoetingen met zwaardere vogels (pelikanen, aalscholvers, roofvogels, reigers, ganzen) blijven een funeste zaak. Alleen de nieuwste Pratt & Whitney-motoren op de Boeing B-777 zijn met succes getest op het weerstaan van zwaardere vogels, volgens 'Air Safety Week' van 14 augustus 2000. 
De oude zuiger-stermotoren bij langzame propellervliegtuigen zijn robuuster van aard en kunnen wel een kip aan. Een Pools PZL-landbouwsproeivliegtuig, op doorreis naar de luchtvaartbeurs op Le Bourget bij Parijs, is op Eelde ooit een keer ontdaan van een halve fazant. Het hele beest moest tijdens de laatste start in Duitsland opgepikt zijn.

Onderzoek

Om vogelaanvaringen te kunnen bestrijden is een goede registratie nodig. In 1998 noteerde de Amerikaanse luchtmacht 3500 vogelbotsingen. De civiele luchtvaart in Amerika rapporteerde 4900 aanvaringen (1999). 
Naar schatting wordt 80% van de botsingen met vogels echter niet gemeld. Desgevraagd meldde de KLM dat zij ook geen 'record' bijhouden "van incidenten, waarvan met zekerheid is te zeggen dat zij zijn veroorzaakt door een vogelaanvaring". 

Het ministerie van Verkeer & Waterstaat (voorlichting luchtvaart) weet echter dat de aanvaringsratio van de KLM op Schiphol tussen de 3,23 en 6,40 ligt. In de jaren zeventig lag deze ratio twee tot drie keer hoger.
De Kon. Luchtmacht houdt ook statistieken bij en brengt de soorten vogeltrek in kaart. In Nederland komen veel vogeltrekbewegingen voor op routes waar straaljagers het laagvliegen oefenen. Men hanteert nu een speciaal computersysteem 'ROBIN', dat alleen de vogeltrek (met de intensiteit) op het radarscherm brengt. Zodoende kunnen verkeers- en gevechtsleiding de laagvliegactiviteiten aanpassen ňf staken. Het aantal vogelaanvaringen is daarmee reeds gehalveerd. Daarnaast stelt de luchtmacht een 'vogeltrekbericht' op, bestemd voor de vluchtvoorbereiding door piloten.

In Nederland gebeurt geen onderzoek naar vogelrisico's meer, sinds het onderzoek naar een tweede nationale luchthaven in zee met bijbehorende vogelproblematiek is afgerond. In Amerika werkt de luchtmacht met het Bird Avoidance Model (BAM), dat ook een verband legt tussen vogelbewegingen en het weertype. Op den duur kan dat model geschikt gemaakt worden voor de burgerluchtvaart. 
De bestaande radarsystemen op luchthavens zouden (in een netwerk) moeten samenwerken om vogeldetecties goed te kunnen doen. "Airports need bird detection radar", zegt Adam Kelly, projectleider van het Air Force's Bird Strike Hazard-program. 

Kanonnen en vliegers

De praktijk van vogelverjaging speelt zich af op de luchthavens en vliegbases. De havenmeester en de verkeersleiding zijn verantwoordelijk voor de orde & veiligheid en een goede vluchtuitvoering op het officiele landingsterrein. 
Standaard-vogeloverlast wordt vermeden door een 'lang-grascultuur', zodat er geen massa's voedselzoekende meeuwen, kieviten en spreeuwen neerstrijken. "Er komen nu reigers en kiekendieven op de veldmuizen af", aldus Bert Meinders, coördinator van het vogelteam op Eelde. Als een pluk vogels risico's oplevert, komt het team in actie. De gele terreinwagen gaat naar de baan en verjaagt met knalpatronen en ander vertoon de vogels uit de gevarenzone.

Op Schiphol is zelfs 24 uur een vogelteam in bedrijf. Andere middelen zijn gaskanonnen, die op gezette tijden een dreun afgeven en roofvogelmodel-vliegers, die een tijdje afschrikken waarna ze weer verplaatst moeten worden.Vogels wennen gauw aan vogelverschrikkers.
Vogelangstkreten vanuit een luidsprekers op het busje helpen, maar in beperkte mate. 

De valkenier op Eelde is verleden tijd. Alleen op Luchthaven Rotterdam werkt nog een valkenier om vogels te verjagen. Naast de 'lang-grascultuur' zijn andere structurele maatregelen nodig. De Luchthaven Eelde heeft bijvoorbeeld vergunning om de kolonies van roeken en kauwen in de bossen naast het vliegveld in toom te houden. 

Meer vogels en meer vliegtuigen

Overal ter wereld is men bezig om de gevaren van botsingen tussen vogels en vliegtuigen terug te dringen. Geregeld bekijkt men de vorderingen internationaal. 
In mei j.l. hield het 'International Bird Strike Committee' haar congres in Amsterdam. 'Birdstrike 2001' is in Calgary (Canada). 

In Nederland bestaat een 'Commissie Vogelaanvaringen Nederland', waarin sinds 1997, behalve de ambtelijke diensten, ook luchthavens, pilotenorganisaties en Vogelbescherming meepraten. Deze club houdt de nieuwe (milieuvriendelijke) onwikkelingen bij, zoals het inzetten van getrainde 'jagende' bordercollies, verjaging met laser en het gebruik van een microwave-signaal.

Er is echter een ontwikkeling gaande, die wereldwijd zorgen baart. Zowel de vogelaantallen, als het aantal vliegbewegingen neemt toe. Het commerciële vliegverkeer groeit van 16 miljoen vliegbewegingen in 1982 naar 32 miljoen vluchten in 2004. 
De Duitse regering verwacht een verdubbeling van het vliegverkeer in 2015. Men heeft daarom een plan klaar liggen, dat voorziet in uitbreiding van vijf internationale 'key airports' en aanleg van een groot vliegveld bij Berlijn. De vliegtuigbouwers Airbus Industries en Boeing brengen nieuwe grotere jumbo-toestellen op de markt. Ze denken 15.400 van deze joekels te kunnen verkopen in de komende 20 jaar. Veel oudere straaltoestellen met vier motoren worden vervangen door vliegtuigen met twee motoren. (In 1969 had 75% van de 2100 passagiersvliegtuigen in Amerika drie of vier motoren. In 2008 heeft 90% van de -dan operationele- 7000 jets twee motoren). De kwetsbaarheid voor vogelaanvaringen neemt daardoor ook toe (Saillant detail: ook omdat de nieuwe motoren nog stiller worden, merken de vogels vliegtuigen te laat op!).

Verscheidene soorten vogels groeien sterk in 'tal en last'. In Amerika en Canada ziet men in 5-7 jaar de broedpopulatie van ganzen zich verdubbelen tot 6 miljoen stuks. De witte pelikaan, een zware vogel, is met een miljoen stuks intussen ook opvallend aanwezig. De populatie neemt jaarlijks met 3,1% toe. Het aantal 'red tailed hawks', een fraaie roofvogel, verdubbelde in Amerika tussen 1966 en 1998 door de verbetering van natuurlijke omgeving. 
Een aalscholversoort schopte het bij de Great Lakes van de status 'uiterst zeldzaam' in 1972 (6-7 broedparen) tot 'zeer algemeen' in 1997 (ruim 100.000 broedparen). 

Hetzelfde beeld is in Nederland bekend. Roeken, meeuwen, duiven en ganzen nemen toe en komen voor in grote aantallen. De buizerd is weer terug op het peil van vijftig geleden. De aalscholver was in de jaren zestig een zeldzaam verschijnsel. Een bezoek aan een van de drie broedkolonies in Nederland was een bijzonder uitje. Tegenwoordig vermenigvuldigt deze viseter zich sterk, door verbetering van het milieu en vooral van de waterkwaliteit. Een formatie aalscholvers boven Assen vliegend is al net zo gewoon als een vlucht duiven. Vanaf de A28 is dagelijks een dozijn aalscholvers waar te nemen in de nieuwe natte natuurgebieden om het riviertje de Drentsche Aa - onder de aanvliegroute van baan 23 van Luchthaven Eelde.

'Vogelbeheersgebieden' rond vliegvelden

Het gevaar van vogelbotsingen blijft. Men zal alle mogelijke middelen tot vogelverjaging blijven inzetten. Het risico wordt groter omdat de kwetsbaarheid van de luchtvaart toeneemt. 
Door nieuwe natuurbouwprojecten- met veel water en moeras- neemt ook het aantal watervogels toe. Niet toevallig liggen natuurgebieden bij vliegvelden, waar immers niet gebouwd mag worden. Recent is in het verlengde van de hoofdbaan van het vliegveld Eelde een natuurgebied onder water gezet. Er zijn plannen om het polderland naast het Noordwillemskanaal bij Eelde-Glimmen ook te laten 'vernatten'. 
Tegen die tijd zal het voorstel van de Commissie Vogelaanvaringen Nederland misschien in actie treden: maatregelen nemen die vogelaantrekkende activiteiten in de buurt van vliegvelden tegengaan, of zelf verbieden. Men stelt voor rond vliegvelden z.g. vogelbeheersgebieden af te grenzen, waarin vogeloverlast vanwege de veiligheid in de lucht niet mag voorkomen. In het streekplan rond Schiphol is hiervoor de voorgestelde zone van 5,5 km reeds opgenomen.

 

Harmjan van Steenwijk

eerder verschenen in de Drentse Courant/Groninger Dagblad, 30 september 2000

bronnen: 
ˇ        'Air Safety Week', Vol.14 No33; August 14,2000
ˇ        'Bird Strike', reprint uit 'Air Line Pilot' february-issue 2000
ˇ        'Ínformatie Aanvaringsproblematiek' - documentatie per E-mail van Ministerie van Verkeer & Waterstaat, NLA-unit Infrastructuur, 5 september 2000
ˇ        interview Bert Meinders, coördinator vogelteam Luchthaven Eelde, 4 september 2000
ˇ        artikel 'Vogelaanvaringen' door Rob van Eekeren, in 'Op de Bok', mei 2000 (internetversie)
ˇ        'Some signifiacnt Wildlife Strikes to civil aircraft in de USA 1998-2000', door Sandra Wright, manager FAA Wildlife Strike Database (U.S. Dept of Agriculture, National Wildlife Researchcentre, Sandusky, OH)
ˇ        'Featherd and Furry FOD, a serious problem at U.S. airports' - Bird Strike Briefing, National Aerospace FOD Prevention Conference 24-26 juni 1997 Seattle/Washington
(updated May 2000)
ˇ        'Ranking the hazard level of wildlife species to aviation' door Dolbeer, Wright, Cleary. Wildlife Society Bulletin 2000, 28(2):372-378  (summer 200)
ˇ        'Wildlife Strikes: a growing and costly problem for civil aviation in the USA', door Wright & Dolbeer; factsheet FSF & NBAA, 45th CASS; april 2000
ˇ        Aviation Safety Network: database Accident Description (internet)
ˇ        FAA Incident Data System  (internet)
ˇ        mededeling P.Offerman, KLM Corporate Communications (E-mail 3 september 2000)
ˇ        AirWise News, 28 augustus 2000
ˇ        'Gevleugelte', in rubriek 'Eem Kiek'n met Jan Tuttel' - in Nieuwsblad van het Noorden, 23 september 1997
ˇ        brochure 'Trekvogels veilig retour', uitg.Vogelbescherming/BirdLife Int'l. z.j
ˇ        knipsel 'Botsing vliegtuig-vis-vogel', Dorpsklanken Eelde, 13 april 1988
ˇ        'Vliegveld in Markermeer onmogelijk', knipsel NRC/Handelsblad, 13 september 1997
ˇ        'Duizenden kieviten plaag voor Schiphol' & 'Schiphol opgescheept met tienduizenden kieviten': diverse krantenknipsels 13,14 januari 1983 & 13 november 1984.

Algemeen internet & E-mail: ABTN Newsletter, Aviation News Daily, AirWiseNews, Aviation News/Pacific Flyer, AVWeb, AvFlash, CrashPages, Air Safety Online, CNN-news, Faa.gov/newsroom

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.