natuur en landschap
     
Stinzenplanten

 

In maart en april vraagt een aparte groep voorjaarsplanten de aandacht. Ze trčkt aandacht met veel kleur. Het zijn vooral knol- en bolplanten, die bij wat warme dagen ineens in bloei schieten. Onder de nog kale bomen zie je geel, wit, blauw, paars en roze opduiken in parken en tuinen 'van stand'. Zo'n knol of bol heeft een eigen voedselvoorraadje, dus dit type planten kan ook als eerste de kop boven het maaiveld steken. Van oorsprong groeiden ze ergens ver weg in het wild, maar wij zien ze volop bij buitenplaatsen aan de Vecht, in de binnenduinrand, bij Groninger borgen, Friese stinsen, Drentse havezaten, nog wat kasteeltuinen, oude stadparken en pastorietuinen. Wat in de middeleeuwen in Zuid-Europa of in het Midden-Oosten stond te bloeien, heeft nu vaste voet in Nederland. Ze zijn in de loop der eeuwen hier naar toe gehaald om tuinen en parken rond de voorname huizen en buitenplaatsen op te fleuren, maar vooral 'cachet' te geven.

Veel soorten hebben hun 'inburgeringsperiode' (vanaf de 18de eeuw) goed doorstaan, zodat ze nu als vast bestanddeel van de Nederlandse flora gelden. We hebben het over de 'stinsenplanten'. Deze groep doet het goed in de genoemde groeiplaatsen, waar tuinlieden geregeld bezig zijn. Hun naam kregen ze (ca. 70 jaar geleden) naar hun rijke aanwezigheid bij  de Friese 'stins', de aanduiding voor een belangrijk 'steenhuis' van een machtige figuur, met een gracht eromheen. De Schierstins in Veenwouden geeft de oorspronkelijke situatie goed weer.

Over w elke planten gaat het?

Het begon al vroeg met de gele winteraconiet op grasvelden, een tijdje later gevolgd door boerenkrokussen. Dan duiken sterhyacint, sneeuwklokje en dubbele sneeuwklokje op. In maart komen de forse lenteklokjes, sneeuwroem en wilde narcis kijken. Dan wordt het ingewikkeld, want een wilde soort in Midden-Nederland als maarts viooltje, kan op de Friese klei wčl als stinsenplant gelden. Het maarts viooltje bloeit vooral in april, met nog vele anderen. O.a. bosgeelster (Noord-Drenthe, Groningen), bosanemoon (ook dubbelbloemig), bostulp (vooral in Friesland o.a. op oude kerkhoven; bij kasteel Neerrijnen), knikkende vogelmelk, knolsteenbreek ('Haarlems klokkenspel'), holwortel (rijkelijk bij Huis Dickninge aan oevers v/d Reest en kasteel Nijenrode te Breukelen,), boshyacint en daslook (het blad ruikt naar uien). De donkere ooievaarsbek komt erbij (karakteristiek voor de buitenplaatsen langs de Vecht; staat op landgoed Oosterbroek bij Eelde, maar komt niet voor in Friesland), adderwortel (stinseplant in Groningen, op de Friese klei, aan de binnenduinrand en bij kastelen in Midden-Nederland), voorjaarshelmbloem, maagdenpalm, gevlekte salomonszegel, breedbladig klokje (vooral langs de Vecht bij Nieuwersluis en Loenen), voorjaars- en bastaarddoronicum (Breukelen, Oud-Zuilen).

Er zijn regionale verschillen, want de blauwe en de gele anemoon zie je niet overal. Toch horen ze er bij. Een woekerende struik als de prachtframboos (in 1827 vanuit Engeland ingevoerd) rekenen sommigen ook tot deze groep. Hij staat vooral op buitenplaatsen aan de binnenduinrand. Ook op de dijk van de Meerweg tussen Haren-Paterswolde en in het landgoed De Vosbergen bij Paterswolde. Stinsenplanten blijven een eigenaardig gezelschap. De adderwortel bijvoorbeeld, geldt regionaal als stinsenplant. In Zuid-Limburg, Twente en Noord-Drenthe echter, is het een originele (weliswaar zeldzame) wilde plant van beekdalen of slootoevers!  

Waar kijken?

Natuurlijk bij de Friese stinsen, de Groninger borgen en de parken 'ín Stad', in Drenthe bij de landgoederengordel Eelde-Paterswolde, havezate Mensinge te Roden, Huis Overcingel bij centrum Assen, havezate Overcinge te Havelte en Huis Dickninge bij De Wijk aan de Reest. Kasteeltuinen in Twente (o.a. Weldam bij Goor), landgoederen in Gelderland (zoals Neerrijnen, Brakel, Rossum, Nederhemert, Den Eng), veel buitenplaatsen langs de Hollandse Vecht en de Langbroeker Wetering, alsmede een aantal landgoederen in de brede duinenzone o.a. bij Overveen, Haarlem, Heemstede, Bennebroek.

Enkele gemeenten proberen ook om in oudere parken en plantsoenen weer stinsenplanten terug te krijgen. Dat kleurt mooi bij in het vroege voorjaar 

Jan Tuttel

literatuuropgave voor de liefhebbers:

-Bakker, Piet & Evert Boeve; Stinzenplanten, uitg.Zutphen/'s Graveland 1985

-Jansen,M.T. en D.T.E van der Ploeg; Stinzeplanten in Nederland, uitg. KNNV 1977  

-Stinseplanten meer dan nostalgie, themanummer Tuin & Landschap' , 27 april 1989 (jrg.11,nr.9)

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.