natuur en landschap
       

 

De Vlaamse gaai, het bonte 'eikelvliegtuig'.

Er zijn vogels in een opvallend verenpak, die daar hun naam aan danken: bonte specht, bonte kraai, bonte piet (scholekster) of bonte vliegenvanger. De Vlaamse gaai, een rijk gekleurde vogel met wit, zwart, roodbruin en blauw aan zijn lijf, heet niet bont maar is het wel. De bonte vogel is het hele jaar door in Nederland. Hij is zowel broedvogel als trekvogel, want in het najaar komt een hele luchtvloot uit het buitenland op visite. Vlaamse gaaien leven vooral in en bij bossen, bosjes, parken, houtwallen en ander verspreid struikgewas. Op weidse, open vlakten als het polderland, de wadden, uitgestrekte akkergebieden of bij laagveenplassen zonder bomen komen ze zelden. In dorpen en steden met veel groen zijn ze wel weer.

Je hoort ze meestal eerder dan je ze ziet, want ze kunnen toch een schetterend kabaal afgeven! Zij zijn het, die je aanwezigheid verraden in een bos. Hun rauwe alarmroep waarschuwt andere vogels. Vanwege die herrie kregen ze bijnamen als schreeuwekster, schrowakster en krijtekster of krietoakster. In de nazomer en 't najaar zitten ze met een hele club bij elkaar gezellig te lawaaien. Als je er eentje ziet wegvliegen, komen er vaak anderen achteraan. In de vlucht valt met name de witte kont en het blauw op de vleugels op. In het voorjaar en de zomer kunnen ze onderling keuvelen en hele knusse zanggeluidjes maken. Vlaamse gaaien zijn, net als spreeuwen en spotvogels, in staat om andere vogels te imiteren.

De vogels eten van alles en dat wordt hun kwalijk genomen. Ze lusten ook eieren en jonge vogels, zodat soms zangvogelnestjes geplunderd worden. Zangvogels schelden ook net zo woedend op Vlaamse gaaien als op katten! Vanwege deze roverijen zijn Vlaamse gaaien jarenlang vervolgd; ze werden bij bosjes doodgeschoten. Zoiets helpt weinig, want de open plekken worden weer bezet door invliegers van verderweg. Als het goed is, is die doodschieterij van Vlaamse gaaien in de broedtijd nu afgelopen.

Vlaamse gaaien worden dus als 'tuig' beschouwd, maar eigenlijk zijn zij vooral vlieg-tuig voor eikels. Zij verzamelen die noten bij duizenden om ze daarna te begraven. Ze pikken rijpe eikels op, plukken er een paar groene bij, nemen nog een eikel in de snavel en vliegen dan met die voorraad naar een andere plek. Daar stoppen ze de eikels in de grond, als wintervoorraad. Heel veel weten ze terug te vinden, maar er blijft genoeg achter. Daar eten andere dieren ook van. Van wat er blijft zitten… komen jonge eikenboompjes! Dankzij de Vlaamse gaai, ons bonte eikel-vliegtuig.

’s Winters op het voer eten ze van alles, maar gaan bij voorkeur met hele pinda’s en hele hazelnoten aan de haal. In een boomrijke tuin kunnen wel 3-5 Vlaamse gaaien op het wintervoer afkomen.

Jan Tuttel
(okt2000, v/h gepubliceerd op de kalmoeswebsite)

 

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.