Hoe de Einbeckerweg de 'killing lane' in het Ellenser Wald werd. 

Wie oude trekwegen volgt, vindt iets van de geschiedenis van voorheen terug. Het zijn routes die men te voet aflegde, alleen of bijvoorbeeld met vee dat verkocht moest worden. Vaak voeren ze naar centraal gelegen marktplaatsen of andere oorden van enig belang  Nu de interlokale verbindingen vooral aan het autoverkeer aangepast worden, blijven er in heuvelachtige of natte gebieden een aantal oude routes terzijde liggen. Ze zijn er wel en ze hebben hun naam behouden, als voetpad, als karrenspoor, als halfverharde weg. Ze dragen ook een stuk historie, maar weet dat maar eens als vreemdeling... 

Einbeckerweg in het Ellenser Wald. Van Hilwartshausen naar HoppensenIn een middengebergte als het Weserbergland liggen diverse heuvels en heuvelruggen. Er lopen ook enkele oude wegen, zoals de Alte Einbecker Strasse.( De originele route, wel te verstaan. Niet de in 1934 door de Reichsarbeitsdienst met werklozen aangelegde Einbeckerweg benoorden Mackensen). Die oude route voert vanaf Holzminden pal oost over Mexhausen en Mackensen en verder, via Dassel naar Einbeck. Het is een bekende route, die gedeeltelijk nog als verkeersweg in gebruik is. 

Er is echter ng een oude weg richting Einbeck. Eentje die mensen, die bekend zijn in de omgeving, liever mijden. Je zult hen niet zien op het stuk Einbeckerweg tussen Hilwartshausen en Hoppensen. Zij gaan niet door het bos. Ze rijden wel om over Lauenberg. Dat gebeurt al sinds 1937. Daarna werd dat stuk Einbeckerweg een 'killing lane'. 

Het dorpje Hilwartshausen ligt omgeven door akkers en weilanden in een vlak dal. Hogerop de heuvelrug aan de noordkant begint het bos, het Ellenser Wald. De dorpelingen komen tot in de rand. Er staan wat fruitboomgaarden en in de bosrand wordt traditiegetrouw veel tuin- en landbouwafval gedumpt. Het kleine kalksteengroevetje wordt volgestort met allerlei rommel, tot en met de in stukken gebroken grafsteen van Gerhard Engwer (overleden in 1957).

Begin van de Einbeckerweg in het Ellenser Wald, WeserberglandOngeveer in die hoek voert de Einbeckerweg door het bos naar Hoppensen, vanwaar je via twee wegen naar Einbeck kunt. Pal op de hoek van het bos, links bij het begin van de weg, staat een beuk met een hartje erin gekerfd, met jaartal 1937 en initialen W en M. Die inscriptie is de enige herinnering aan het drama van ruim een halve eeuw geleden. M is dood en W heeft nooit meer gesproken of gelachen. 

Men vertelt het liever niet aan 'vreemden'. Men houdt het binnen de dorpen rond het Ellenser Wald. Het gaat om het stelletje, dat in het hartje in de boom aangeduid is met W en M.
De Einbeckerweg door het bos was hun geliefd plekje en als het even kon zochten ze elkaar daar op. 
Op een kwade dag liepen ze in de schemering door het bos terug richting Hilwartshausen. Ter hoogte van de Papengrund sprong ineens iemand op hen af, wild zwaaiend met een dolkmes. Het was een bekende. Een giftig-jaloerse vrijer uit een ander dorp; het dorp met een kwade reputatie van moorddadige stropers en struikrovers.  

De overvaller had drank op en hij had een kwade dronk over zich. Hij hield het verschrikte koppel staande en brulde M toe: "Als je haar wilt houden, moet je d'r nu om vechten!" M trok zijn jas uit en probeerde de tegenstander van de benen te krijgen. Dat pakte verkeerd uit. Vrijwel direct stortte M ter aarde, bloedend uit een gapende wond. Hij raakte binnen de kortste keren buiten bewustzijn en bloedde ter plekke dood.

De dader vluchtte onmiddellijk. Het meisje gilde onafgebroken z afgrijselijk hoog en hard, dat het zowel op het landgoed te Hoppensen als in Hilwartshausen hoorden Dorpelingen trokken snel de berg op, naar het bos. Daar troffen ze in een grote plas bloed de dode jongeman aan en het krijtwit geworden meisje, verstijfd van angst, rillend en ijskoud. Ze had zo hard en hoog gegild, dat ze haar stem kwijt was. Dat bleek definitief te zijn; ze zou nooit meer praten en nooit meer lachen.  

De moordenaar vluchtte de streek uit, dook onder in Hamburg en werd niet gevonden. Toen in 1939 de oorlog uitbrak vond de Wehrmacht hem wel. Hij kreeg geen proces, maar men plaatste hem in een zwaar strafbataljon, waar hij de gevaarlijkste opdrachten kreeg. Hij stierf op erbarmelijke wijze aan het Oostfront.

Zijn geest leeft echter voort. Het kwade is niet gestorven.  

Eens in de zoveel jaar, waart de geest van de moordenaar weer rond ter hoogte van de Papengrund. Een spookachtige gedaante in een halfvergaan legeruniform verschijnt op de Einbeckerweg, zwaaiend met een roestige bajonet. Hij brult nu dat iedern dood moet. Enkele passanten zijn er met de schrik en wat schrammen vanaf gekomen, maar sindsdien wagen dorpelingen zich niet meer in de schemering op die Einbeckerweg. Zij vrezen de 'killing lane' van het Ellenser Wald.

Ze komen overdag tot aan de bosrand, storten er hun vuilnis en tuinafval en reppen zich weer naar beneden. Ze zien niet eens dat langs de Einbeckerweg veel heksenkruid groeit.

Jan Tuttel
(Silberborn/Solling 11-8-1999)

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.