INDEX 

van dingen & deuntjes

reisverhalen

natuur en landschap

naamkunde

Drentse Aa

volkskunde

paasvuren

Harmjan van Steenwijk

vliegwerk

eem kiek'n

in de smiesterd

wie is wie

gastenboek

over de Tuttels

email Jan Tuttel

email Harmjan van Steenwijk

email WebMaster



Freak ProductionsFreak Productions

Bezoekers:

 

 

laatste update: 24 juli 2005 09:23

van Dingen en Deuntjes

 
Goeiemorgen, de laatste zondag van de maand en tegelijk eerste pinksterdag. Deftig geregeld.
Maar ons informatief programma gaat gewoon door. Eigenlijk net als het onderwerp van deze maand: Stromen en loopjes, rivieren en diepjes. Dat stroomt ook 'aajt vedan'. Al dat water in grote en kleine stromen doet wat het altijd gedaan heeft: water naar de zee dragen.

Grote wereldrivieren spelen een voorname rol in de politieke geschiedenis, bij de ontdekking van vreemde oorden, als transportroute natuurlijk en ook als brenger van vruchtbaarheid.
Rivieren brengen water, maar hoe! Er zijn wereldwijd 200 rivierstelsels die over internationale grenzen stromen en er zijn 13 rivieren en meren die door 96 landen worden gebruikt. Men rekent de vrije toegang tot watervoorraden tegenwoordig als belangrijkste politiek probleem. Grote rivieren maken ook deel uit van de culturele erfenis van vele volken, wat je weer terugvindt in verhalen, sagen en legenden n in de muziek.

Drentse Aa Complex; Het LoonerdiepjeEn die kleine riviertjes en beekjes dan? In Drenthe hebben we niet anders dan die kleine stroompjes. We noemen ze hier niet eens beek, maar loopje of diepje. Of ze hebben een naam als Aa, Hunze of Reest. Maar beekje zeggen? Niet in Drenthe...

De beekdalen van loopjes en diepjes in Noord-Drenthe zijn befaamd om hun wijdse karakter en hun natuur- en landschapswaarden.We kennen nog vrij gave beekdalstelsels, van bronnen tot uitmonding. Zelfs de stad Groningen eert de Drentse Aa met zijn kaden Hoge der Aa en Lage der Aa.

Goed, vandaag dus de grote en de kleine stromen door de radio.
Als eerste de grote rivieren, het wereldnieuws zeg maar. De machtige stromen met riviergoden, of zelfs heilige rivieren. Grensrivieren waar hevige conflicten plaatsvinden. Rivieren als watervoorraad. En natuurlijk de grote rivieren die als waterwegen door hele werelddelen voeren.
Oja, en een grote rivier die onderweg water kwijtraakt aan een andere rivier, ondergronds.

Vervolgens gaan we kleiner stromen, maar n ding blijft dan hetzelfde. De namen van grote en kleine wateren blijken eigenaardige trekjes te vertonen. In heel Europa liggen er riviernamen van gelijke structuur.
Waternamen zijn kort en krachtig: Rijn, Rhne, Reest - Donau, Don en Dnepr -Dinkel, Diemel, Dommel - Main, Maas, Moezel. Vaak is de oerbetekenis nog niet verklaard. Interessant is het wel. We bekijken straks wat van die waternamen. Ze zitten zelfs in plaatsnamen verstopt.
Vanzelf komen we terecht bij de beken en riviertjes bij ons. Geen oer-Drents dorp zonder beekje in de buurt. Wat hadden onze voorouders op de Hunze of het Peizerdiep te zoeken? Wie weet welke grensriviertjes bij de oude en nieuwe gemeenten horen? Beken als afvoer van water en afval zijn bekend, maar wat gebeurt er met de riooloverstorten? Uit de Drentse Aa wordt al meer dan 100 jaar drinkwater gehaald tenslotte.

Tegenwoordig zijn de natuurfuncties van de beken belangrijk. Er zijn in Drenthe verschillende natuurontwikkelingsprojecten. Bij de Drentse Aa zijn vroegere weilanden onder water gezet, ter hoogte van de Glimmermade.
We vragen Henk Post, districtshoofd van Staatsbosbeheer, hiernaar n vragen naar de verdere plannen met de beken in Noord-Drenthe. Tevens vragen we aan Albert Jan Scheper van de Drentse Hengelsportfederatie of hij al effect op de natuurlijke visstand kan merken. Verder willen we weten of de vistrappen, zoals in het Peizerdiep, ook werken. Wat 'doen' die dingen?

Tot slot lopen we de beken nog even langs. Is ergens ijzeroer gedolven en waar stonden vroeger watermolens? Kortom: allemaal water 'en omstreken' in dit uur. Ook in de muziek.

We beginnen het volgende blokje over de grote rivieren met de Nijlzang, van de CD 'In die grote stad Zaltbommel'. De muziek is heel bekend, maar met een ander verhaal. Deze tekst is als studentenlied vanaf 1946 of zo bekend.
Nu dus, op een oude melodie: de Nijlzang.

U hoorde de Nijl bezongen worden door het Groot Muziekpakhuiskoor, en nog nooit heeft u op een pinksterdag 'duizend bruine roeiers quadriremen naar het strand zien roeien'.
Het gaat om galeien, met vier rijen roeiers boven elkaar. Een beeld uit oeroude tijden.

Zo'n machtige rivier als de Nijl bepaalde toen het hele leven. De Nijlvloed, die vruchtbaarheid bracht, kwam met vaste regelmaat. Het oude Egyptische jaar bestond uit drie perioden: de tijd van de overstroming, de zaaitijd en de oogsttijd. Zelfs de stroomrichting van de Nijl gold als ruimtelijke orintatie. Men sprak van Boven, Beneden en Rechts en Links, wat stond voor Zuid, Noord, West en Oost.

Waar wateren zo machtig waren, ontstond respect en ontzag voor het natuurfenomeen. In de tijden toen men meerdere goden vereerde, waren watergoden en hele cultussen rond bronnen, rivieren en meren een normaal verschijnsel.
We weten van de vroegere Kelten dat ze per bron en per rivier specifieke goden hadden. Op vakantie vertelde de predikant van de kerk in het stadje Rhaunen in de Hunsrck ons, dat dit huidige heiligdom op dezelfde plek staat als een vroeger keltisch tempeltje voor de god van de locale bron.
De keltische godin van de Seine kennen we zelfs bij naam, zij heette Sequana.

Overal ter wereld, in diverse religies vereerde men riviergoden (vaak godinnen trouwens). In de veertiende eeuw nog, wasten vrouwen in Keulen op de dag van de heilige Sint Jan hun armen in Rijnwater om dreigend onheil voor komend jaar weg te spoelen.
En wie rondkijkt in landen met een sterk Rooms-Katholieke signatuur ontdekt vaak een Mariabeeld bij de plek waar beken en rivieren ontspringen.
Tegenwoordig kennen we nog de heilige rivier de Ganges in Noord-India. Tot de rituele handelingen van de hindoes behoren wassingen in de heilige rivier.

Grote rivieren dienen ook als natuurlijke grens. Grensrivieren, bekend van radio en TV zijn onder meer: de Rio Grande tussen Mexico en de Verenigde Staten, de Mekong in het Verre Oosten, de Jordaan tussen Isral en Jordani (met de 'bezette linkeroever') en de Congo in Afrika.
Een jaar of tien geleden was er nog een grensconflict bij de Amoer, waarbij Chinese en Sowjetsoldaten elkaar beschoten.

De 50plussers onder u leerden op school nog de Corantijn en de Marowijne als grensrivieren van Suriname. Minder bekend zijn de Oranjerivier tussen Namibi en Zuid-Afrika, of L'Urugay als grens van Uruguay en Argentini.

U merkt dat rivieren hun naam lenen aan landen, maar met plaatsen is dat ook het geval. Krimpen aan de IJssel is dan geen Krimpen aan de Lek en Frankfurt am Main is heel wat anders dan Frankfurt an der Oder, maar ik weet niet of in Luxemburg Esch-sur-Sre veel verschilt met Esch-sur-Alzette. (En wat zegt ons nou Schin? Minder dan Schin-op-Geul en dat geldt ook voor het Engelse Stratford: Stratford-on-Avon, daar wil de toerist naar toe!)

Rivieren zijn watervoorraden.
Die Jordaan is niet alleen politieke grens, ze is de hele watervoorraad voor die regio. De bronnen liggen op de sneeuwbedekte berg Hermon, bij de Golan Hoogvlakte, en het beheer over het Jordaanwater is het voornaamste politieke thema bij onderhandelingen over de teruggave van bezette gebieden door Isral.

Oja, ik zou vertellen over die ene rivier die water jat van een andere rivier. Dat gebeurt in Zuid-Duitsland, in de Schwbische Alb bij de plaats Tuttlingen. Daar raakt de Donau in de bovenloop water kwijt via ondergrondse gangen aan de Rijn.
Door kleurproeven is dat vastgesteld. Die jonge Donau heeft last van een z.g. karstverschijnsel, een 'Versickerung'. De bedding wordt ineens droog, de Donau loopt tussen de kiezels op de bodem als het ware leeg in de kalkondergrond. Je gelooft je ogen niet, maar je hoort dit geluid ( borrelend gootsteengeluid ).

Net als de Rijn en de Wolga (die zelfs via kanalen met Moskou en de Oostzee verbonden is), is de Donau ook een grote waterroute. Zij is qua lengte de tweede rivier van Europa, maar is minder goed bevaarbaar vanwege weinig verval met veel ondiepten en veranderde vaargeulen in de laatste duizend kilometer.
Nederland wil de Donau intensiever benutten voor de Oostvaart, nu er meer handel met het Oostblok komt. De vraag is of het rendabel kan worden. Rotterdam-Budapest is 16 dagen varen. Niet snel, maar voor bulkvracht kan het misschien uit.

De langste rivier op aarde stroomt door Noord-Amerika en draagt een Indiaanse naam. De Mississippi is samen met de Missouri zowat 6,5 duizend kilometer lang.
De rivier is bekend geworden door de boeken van Mark Twain. Hij beschreef ook de geweldige houtvlotten die de rivier afvoeren: wel 4000 vierkante meter groot en met drie of vier tenten erop, met een bemanning van minstens 20 koppen.

Houtvlotten hebben ook in Europa gevaren, op grote en kleine rivieren zelfs (Op de Weser is het vlotten formeel nog toegestaan, maar er zijn geen vlotkapiteins meer die dat vak nog beheersen n een geldig rivierbrevet hebben).

Schipperij van vervlogen tijden, beroemd geworden van de Mississippi. Daar past natuurlijk het volgende nummer bij van Pusseycat: Mississippi.

Een Amerikaanse wereldrivier met een Indiaanse naam die in dictee's thuishoort. In ons werelddeel zijn de oeroude waternamen eenvoudig, slechts n of twee lettergrepen. Meer hoeft niet.

Het aardige aan de Europese namen van beken en rivieren is, dat ze vermoedelijk allemaal familie van elkaar zijn. Taalkundigen werken nog aan meer bewijzen voor de theorie dat zulke namen fossiele resten zijn van een taalkundige eenheid.
Die waternamen bestonden al eer de Germaanse talen in gebruik kwamen. Nieuwe culturen namelijk, die een bepaalde streek gaan bevolken, nemen de bestaande, gesproken namen voor belangrijke wateren als rivieren gewoon over. Het blijkt dat zulke nieuwkomers geen eigen woord gingen verzinnen voor iets wat d'r al zo lang ligt en een heldere naam heeft. Bestaande waternamen bleven dus in gebruik.
Hun herkomst moet ergens in het midden van het tweede millenium vr 't begin van de jaartelling geweest zijn. Riviernamen van vr voor het jaar nul!

Daarna kwamen Germaanse culturen tot ontwikkeling in Noordelijk en West-Europa, en daar bestaan schriftelijke gegevens van. Deze taalstructuur is bekend en daar zijn ook waternamen van bestudeerd.

Die oudste, indo-germaanse, taal is onbekend gebleven, op de riviernamen na die door heel Europa verspreid liggen. Nederlanders kennen bijvoorbeeld de IJssel, de Noren hebben de Eisa.
In Duitsland stroomt de Aller, in Noorwegen de Ala, in Italie de Allia, de Als in Oostenrijk, de Aluntia in Litauen en als Elz (oude naam: Alantia) bestaan zelfs twee Duitse rivieren.
Zo gelijkluidend is het niet altijd, maar er bestaan vaste stamwoorden, die op stromend water, bochtig water, glinsterend water, ruw water, kleur van het water en dergelijke wijzen. De oudste taalvormen liggen in korte riviernamen als Elbe, Aar, Weser, Waal, Aam of Eem, Rijn, Beke, Lek, Saale, Aisne en noem maar op. Het is een boeiend verhaal, met onontdekte geheimen.

Latere taalinvloeden zijn beter na te pluizen. Daar komen de z.g. -apa-waternamen vandaan. Aan het eind van een naam zit het achtervoegsel -apa. Dat slijt in het gebruik af tot -epe (uitspraak: uhpuh) of alleen -p. Zo'n losse -p zit nog in de beeknaam Gulp.
De Wanepe is een oude beek en Wanneperveen is de afgeleide plaatsnaam. Zo zit oud beekwater verstopt in Weesp, Wezup, Wesepe, Epe en Appingedam.

In ons zendgebied kennen we andere waternamen in plaatsnamen. Zeegse en Zeyen hebben iets met 'afstromen, druppelen' te maken.
Eelde kan als Ee-lede naar een waterloop zijn genoemd, maar het dierenmotief 'eland' is nog niet ongeldig verklaard. De gehuchtnaam Winde heeft met 'wenden' te maken vanwege de bocht in de voormalige beek, de Winderloop die naar het Eelderdiep liep.

Nouja, Aa, Ee en Y betekenen gewoon 'water', net als Aam, Amer of Eem. We kennen naast de Drentse Aa, de Almelose Aa, Ruiner Aa, Vledder Aa, Steenwijker Aa en: Grenz Aa. Die laatste is het Schoonebekerdiep; op de brug over deze grensbeek tussen Nederland en Duitsland staan beide namen vermeld.

U merkt aan de Aa-namen, dat beken naar de nabijgelegen plaats zijn genoemd. Wij kennen dat verschijnsel van de loopjes en de diepjes. Het Amerdiepje wordt Deurzerdiep, Loonerdiep en Taarlose Diep. Dat gaat samen met het Gasterense Diepje verder als Oudemolensche Diep, Schipborgsche Diep en Westerdiep - waarna het laatste stukje van deze beek dan Drentse Aa mag heten!

Het Eelderdiep begint als Eekhoornsche Loopje, dat het Ooster- en Westerloopje opneemt en het restant van de Winderloop, eer alles uitkomt in het Peizerdiep.

Maar let op: je hoort geen beek noemen. Ook elders in Drenthe niet: de Westerborkerstroom gaat via de Beilerstroom over in de Dwingelerstroom.
Zuidelijk in Drenthe wateren Loodiep en Drostendiep af op de Vecht. Weer geen beek dus. Er resten alleen eigennamen als Vecht, Reest, Runde, Hunze en westelijk, door Friesland stromend de Tjonger en de Linde.
Rivieren of watertjes - hun namen dragen een heel verhaal in zich. Maar van wie of wanneer?...

Beekjes kunnen ook de herinnering kleuren, zoals te horen is bij Henk Lanting in het Aomer Diepe (muziek).

Een Drentse beekje, een van de begintakken van het Drentse Aa-stelsel als nostalgische kapstok voor van alles en nog wat.
Ook een soort van functie voor een beek. Zo'n beekje in het landschap maakt indruk. Nu is een slingerend stroompje ook oneindig veel leuker en natuurlijker dan zo'n rechtgetrokken, tot sloot gekanaliseerde beek die alleen dient voor de waterlozing.

We hebben het over de functies van beken. Natuurlijk die waterafvoer, maar dan praat je al over de moderne landbouw, waar rendementsverbetering altijd als nummer een staat.
Pas kortgeleden heeft LTO-Nederland een visie laten horen, waarin de landbouw ook een rol n een verantwoordelijkheid heeft bij het onderhoud van het Nederlandse landschap.
Dat heeft lang geduurd. In elk geval zijn de laatste halve eeuw meer beken verknoeid, dan achteraf nodig is geweest. Maar ja, dat wist men toen niet.
Water afvoeren - en zo snel mogelijk was de boodschap. Dus moest elke kronkel uit de beek en kwamen overal stuwen en andere kunstwerken, zodat geen vis meer door de hele beek kon zwemmen. Waterafvoer blijft een belangrijke functie, want overstroming is nog immer een ongewenst verschijnsel. Behalve - behalve waar het kan en mag. Daarover straks meer.

Beken in Drenthe dienden voor de scheepvaart, voorzover er water genoeg stond vanzelf.
De monniken van het middeleeuwse klooster te Aduard voeren over het Peizerdiep. Ze haalden hun klei voor de baksteen uit de Kop van Drenthe.

De 'Kleibos' en de boerderij 'Tichelwerk' duiden de plekken nog aan waar de bodem die bijzondere leem bevat. In de 16de eeuw zijn al conflicten beschreven over het gebruik van schipsloten die uitkwamen op het Peizerdiep.

De Drentse Aa is bevaarbaar geweest tot bij Schipborg.
De Hunze heeft aardig wat scheepvaart gekend ten tijde van de vervening. Het was een lucratieve handel, zodat de stad Groningen de waterweg door de stad liet lopen.
De Hunze kronkelde oorspronkelijk oostelijk om Groningen heen, verder naar het Noorden. 'Stad' liet omstreeks 1400 het Schuitendiep graven, zodat de Hunze-scheepvaart met turf in de stad kwam. Goed voor de handel en voor de accijnzen.
Geen wonder dat sommigen de Stad Groningen het beste geslaagde Drentse dorp noemen. Dankzij de waterwegen, eerst via de beken is ze tot handelscentrum uitgegroeid.
De Winderloop diende om de turf af te voeren uit het Bunnerveen. Na de algehele ontginning in de jaren zestig is de hele beek weggehaald, op een stukje na voor de waterafvoer voor de landbouw.

AnnerveensekanaalTrouwens, als beken water genoeg hadden, moesten ze de kanalen voeden. De Reest is als riviertje min of meer opgeofferd aan de gegraven Dedemsvaart.
Het Loonerdiep en het Deurzerdiep waren ooit bestemd om het Noord-Willemskanaal van water te voorzien. Later is echter het Drents gemalenplan gerealiseerd, waardoor men water ging oppompen van buiten de provincie.

Sinds 1881 wordt er wel drinkwater uit de Drentse Aa gehaald. Bij De Punt zit een waterinlaat van de waterleidingmaatschappij.
Men mixte het gewonnen grondwater en het oppervlaktewater in de bereiding voor kraanwater. Nu is er een groot waterreservoir bijgekomen, dat als buffer en mengbekken dient.
Van de 50 miljoen kuub water die door de Drentse Aa stroomt, tapt de Groninger watermaatschappij er jaarlijks 5 miljoen kuub af. Ook de Hunze is in gebruik voor de drinkwaterwinning.

Riviertjes, beekje, loopjes en diepjes gelden vaak als natuurlijke grens.
De beek als rijksgrens zagen we al bij het Schoonebekerdiep, alias Grenz Aa. De Reest vormt in het zuiden ook de grens van Drenthe. De Drentse Aa is nog steeds grensrivier tussen Drenthe en Groningen (met ook nog een grenssteen bij de Punter brug).
Ze is tevens gemeentegrens, net als het Eelderdiep.
Aardig is dat het Drentse Diep in Groningen de grens vormt tussen twee Groninger gemeenten. Dit riviertje is de voortzetting van de Hunze, nadat die in het Zuidlaardermeer is gestroomd.

Opmerkelijk genoeg is de Hunze nooit een gemeentegrens geworden. Dat heeft te maken met de verdeling van de gronden.
Elke Drentse gemeente wilde een stuk van het beekdal, waar de nuttig te maken gronden lagen als weidegrond en veengebieden. Dus kwamen de grenzen dwars op de beek en niet er middenin, zoals elders. Ieder kreeg zo zijn deel.
Grappig is, dat na de gemeentelijke herindeling een nieuwe gemeente lles wil: die heet dus ook Hunze n Aa, maar dat schept verplichtingen. Zo'n gemeente Hunze & Aa zal zich sterk moeten maken voor de nieuwste functie voor de beek en het hele bekenstelsel: het nationaal park De Drentsche Aa.
Het gaat dan over grote natuur- en landschapskwaliteiten. Zonder vervuiling - en hoe zoiets uit de klauw kan lopen, hoort u in een overigens prachtig lied van Guy Carawan: Black Waters.

Een nummer van 20 jaar geleden toen milieuzorg nog in opbouw was. Het lied vertelt hoe een gaaf beekje in de vernieling raakt.
Tegenwoordig zijn we een aardige slag verder in de goede richting. In plaats van natuurvernieling is er sprake van verbetering en zelfs van 'natuurontwikkeling'. De natuur krijgt meer zorg en aandacht; er komt ook geld voor. Je ziet ook veranderingen.

Zoiets kunnen we zien vanaf de A28, waar de Drentse Aa weer meer ruimte kreeg. Ter hoogte van de Glimmermade zijn weilanden weer terug-gegeven aan de beek. Ik ben daar gaan kijken met Henk Post, districtshoofd Drentse Aa en Hondsrug van Staatsbosbeheer:

(intro interview Albert Jan Scheper)
'Down by the riverside' in Mark Town Junction door Bill's Country Pioneers (muziek).
We zijn nog steeds bij de riverside van de Drentse Aa in de Kop van Drenthe.
Het is logisch dat in een natuurlijk beekje ook een goede visstand bestaat. Je mag ook aannemen dat bij zo'n maatregel als hier - het onder water zetten van oeverland- de gevolgen voor de waterfauna zichtbaar worden.

Nu is bekend dat de Drentse Hengelsportfederatie als 'visrechthebbende', zich inzet voor de water- en visstandkwaliteit van de Drentse beken. Ze heeft daar ook een beleidsnota over uitgebracht. Natuurlijk zit er een eigen belang bij, maar ze werken er hard mee aan de verbetering van de kwaliteit van de Drentse beken. Zij hebben ook de nodige deskundigheid in huis.

Voor ons een reden om Albert Jan Scheper, beleidsmedewerker van de Drentse Hengelsportfederatie, mee te vragen naar de Drentse Aa bij de Glimmermade.
We staan weer op het bruggetje over de Drentse Aa. Wat vindt hij d'r van?

---------------------------------
*** Samenvatting van interview moet nog gemaakt worden. Onze excuses voor het ongemak
----------------------------------

Ja, en zo duikt ineens de Olde Hunze weer op, door het duo Dampo (muziek).
Een terugblik: 'ik heb de olde Hunze nog ekend' en datzelfde kan de huidige generatie straks zeggen als de natuurwontwikkelingsplannen voor de Hunze de komende jaren aangepakt worden.

Niets blijft eeuwig hetzelfde en zeker niet bij beken en rivieren. Nouja, op het water naar de zee dragen, na dan. Waar moet je d'r ook anders mee naar toe? Water stroomt gewoon van hoog naar laag, overal en altijd.

Van dat principe heeft men stevig gebruik gemaakt, overal waar voldoende water stroomde.
Stromend water is en wordt benut om energie uit te halen. U denkt nu aan 'witte steenkool' en waterkrachtcentrales, of aan voormalige watervallen in stroompijpen verpakt zoals in Noorwegen en zo.
Maar het kan ook anders, minder ingrijpend. Waterkracht op kleine schaal kan benut worden bij watermolens. Die inrichtingen liggen 'op' een beek en laten molenstenen draaien of drijven een houtzagerijtje of zo aan.
Natuurlijk, ook dat kan uitgroeien tot een heel industrieel complex. Niet voor niets heet een fabriek in het Engels een 'mill', wat terugggaat op watermolens als energiebron voor fabrieken uit de tijd toen de stoommachine nog niet was uitgevonden.

Watermolens dateren van vr onze jaartelling, de Romeinen werkten er al mee. Watermolens bestaan minstens duizend jaar langer dan onze windmolens.

Meestal liggen watermolens in streken waar de beken veel verval hebben.
Daar is genoeg energie uit te peuren, want een effectieve watermolen heeft minstens twee, drie meter hoogteverschil nodig. Toch is ook in Drenthe gebruikt gemaakt van watermolentjes, ook op de laaglandbeken.
Het betrof kleine bedrijfjes, voornamelijk om graan te malen. Ze draaiden af en toe, als er voldoende water was. Dat werd dan in stuwvijvers opgespaard. Omdat maalrechten en stuwrechten tot de 'heerlijke' rechten hoorden, waren ze meestal eigendom van een landheer of klooster. We praten dus over een tamelijk ver verleden.

Toch zijn er sporen van bekend: de Watermolendijk in Eelde is er naar genoemd en bij Oudemolen moet de windmolen een voorganger hebben gehad die op waterkracht van de Drentse Aa draaide.

Volgens Coert zijn er in de Middeleeuwen watermolentjes op de Drentse beken geweest bij Oudemolen, Deurze, Bronneger, Ees, Norg, Batinge bij Dwingeloo, Ruinen, De Klencke bij Oosterhesselen, twee zelfs bij Coevorden en nog eentje bij Ter Apel.

Drentse beken notabene, als leverancier van kleinschalige waterkracht.
Wat zou het aardig zijn als er ooit een werkende reconstructie van een watermolen kon komen op de Drentsche Aa bij Oudemolen! Niet dan?

Een ander vorm van bedrijvigheid bij de beken was de oergraverij.
Door bepaalde processen in de bodem, in beekdalen vooral, zet zich een ijzerverbinding af. Dat vormt het zogenaamde ijzeroer, wat tot brokken of banken aangroeit. Het is tot in de jaren zestig gedolven en gebruikt.
Vroeger als basis voor de locale ijzerindustrie, met een kern bij de beken in de Achterhoek en in Deventer. Denk maar aan de DRU te Ulft of de fabriek van Nering & Bgel, die nog tot na de oorlog ijzerwaren produceerden. Nadien zijn de ijzeroer-bonken benut bij het maken van lichtgas uit steenkool, in de stedelijke gasfabrieken. Drents ijzeroer is daarvoor zelfs nog uitgevoerd, onder andere naar Engeland.

Bij sommige beken kun je klontjes van het bruine spul vinden, zoals bij het Gasterense Diepje, of bij het Peizerdiep ter hoogte bij de vistrap. Het krummelt aardig en je krijgt er roestige vingers van.

En met deze tip sluiten we het thema over beken en rivieren af. U hoort nog een beroemde kreek uit een ander land, Cripple Creek in countrystijl, door Bitter Kid & His. En ze zingen 'have a little fun'.

Eigenlijk geldt dat ook voor het luisteren naar dit thema in 'Van Dingen & Deuntjes', want het is uiteindelijk bedoeld als ontspannen, informatief programma - elke laatste zondag van de maand. Ook als dat de Eerste Pinksterdag is.
We hopen dat u met plezier geluisterd heeft.

Van dit programma werden de productie, samenstelling en presentatie gedaan door Jan Tuttel.
Bij de muziekkeuze waren Henri Kremer en Bart Nijstad betrokken, terwijl Peter Huitsingh de techniek in handen had.

Terwijl de laatste riviermuziek opkomt, de Mars na Drina door het orkest van het -toen nog- Nationaal Joegoslavisch Danstheater, vertel ik u het thema van de volgende maand.
In juni, op de laatste zondag, gaat het over 'Bruggen en Overbruggen', waarbij ook het pontveer en de voorden meedoen. Tot over een maand.

Jan Tuttel

(uitgezonden op zondag 31 mei 1998)
 
 

 

 


Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.